'Stip op de horizon is must voor toekomstbestendig bedrijf'

Geplaatst op

Risicospreiding en internationalisering. Dat zijn voor Wouter van den Bosch en zijn vader Jaco de speerpunten voor de komende jaren. De ondernemers willen hun bedrijf toekomstbestendig maken door niet alleen te focussen op de paprikateelt, maar ook op de teelt van algen en bramen. Daarnaast is er de ambitie om internationaal door te groeien. “Om te kunnen blíjven ondernemen, moet je een stip op de horizon plaatsen en hier gericht naartoe werken.”

De plannen, drijfveren en ambities van jonge ondernemer Wouter van den Bosch:
•         Van waarde zijn voor de onderneming
•         Kritisch blik, met als doel bedrijfsprocessen te optimaliseren
•         Ontwikkelen van een heldere toekomstvisie
•         Risicospreiding creëren: inzetten op teelt van paprika, algen en bramen
•         Internationale focus
•         Kansen van samenwerking benutten
•         Ondernemers ‘misbaar’ maken


Wouter van den Bosch (26) uit Bleiswijk wist als kind al dat zijn toekomst in de tuinbouw lag. Bij voorkeur als ondernemer, binnen de paprikakwekerij van zijn ouders. “Ik vind de tuinbouw een prachtige wereld; wat is er mooier dan het produceren van voedsel?”, onderstreept Wouter. Desondanks stapte hij, na zijn studie Agrarische Bedrijfskunde in Delft en een Master Strategic Management aan de Erasmus Universiteit, niet meteen in het ouderlijk bedrijf. “Ik vond dat er wel een behoefte moest liggen vanuit het bedrijf, ik wilde van waarde kunnen zijn voor de onderneming. En een teeltoppervlak van 5,5 hectare groene paprika’s is te klein om met zijn tweeën te bestieren. Daarom ging ik in eerste instantie aan de slag als teeltadviseur bij GreenQ, wat inmiddels Delphy is geworden.”

Algenproject
Twee jaar geleden ontstond er ruimte binnen de Maatschap Van den Bosch & Paauw: Wouter stapte in het bedrijf om de algenteelt verder uit te bouwen. “Hier waren we enkele jaren eerder mee gestart, om het bedrijf verder te ontwikkelen. We zagen potentie in deze teelt omdat algen een hoge concentratie Astaxanthine bevatten. Deze waardevolle antioxidant wordt in de Verenigde Staten veelvuldig verwerkt in voedingssupplementen en in cosmeticaproducten. Dat bood naar ons idee ook kansen voor de Europese markt. Gaandeweg werd duidelijk dat we, om deze kansen te benutten, meer tijd en energie in dit project moesten steken. Daar lag een rol voor mij. Ik kwam toen in de maatschap.”

Strategie voor de toekomst
Inmiddels heeft Wouter op diverse vlakken zijn stempel op het bedrijf gedrukt. “Ik probeer ieder aspect binnen het bedrijf kritisch te bekijken, om de boel als het ware wakker te schudden”, zegt hij. “Doel hierbij is om de verantwoordelijkheden laag in de organisatie te leggen, bij de mensen die hier het dichtst op zitten. Dit jaar heb ik de paprikateelt beetgepakt, nu staan de arbeidsregistratie en de overlegstructuur op de agenda. Op dit vlak liggen nog verbeterkansen; door zaken kritisch onder de loep te nemen, kunnen we de efficiency vergroten.”

Wouter gaf daarnaast mede vorm aan de toekomststrategie van het bedrijf. De afgelopen jaren groeide namelijk het besef dat verandering nodig is om de paprikakwekerij toekomstbestendig te maken.  “Met vijf hectare paprika’s redden we het op termijn niet. Om toekomstperspectief te creëren voor het bedrijf, moet er iets gebeuren. Ik heb de afgelopen jaren mijn best gedaan om een stukje visie en ambitie in het bedrijf te brengen. Door te sparren met mijn vader en te kijken waar onze kwaliteiten liggen, hebben we een strategie ontwikkeld om ons bedrijf ‘toekomstproof’ te maken.”

Toekomstkansen
De ondernemers zien twee grote toekomstkansen voor hun bedrijf: het aanboren van nieuwe bedrijfstakken en internationalisering. “In feite heb je als tuinder vier mogelijke richtingen: schaalvergroting, focussen op marketing, specialisatie en internationaliseren”, zegt Wouter. “Al deze opties zijn de revue gepasseerd. Schaalvergroting viel voor ons meteen af: dit vergt te veel vreemd vermogen, terwijl je meegaat in een negatieve prijsspiraal; een race tot he bottom met beperkt extra rendement. En je onderscheiden door marketing is weliswaar leuk, maar kunnen we hier echt goed in worden en lukt het om een product marketingtechnisch gezien op een onderscheidende manier in de markt te zetten? Daar waren we niet zeker van. We kwamen tot de conclusie dat onze kracht en interesses liggen in het telen van een goed product voor een nichemarkt en in het optimaliseren van processen. We willen graag wat anders doen dan de grote massa. Het uitbreiden van ons productportfolio - om zo risicospreiding te creëren - in combinatie met een internationaliseringsslag naar de toekomst toe past naar ons gevoel het beste.”

Onderscheidend product
De eerste stap in het creëren van meer risicospreiding werd enkele jaren geleden al gezet, met het opstarten van het ‘algenexperiment’. Dit loopt echter nog niet zoals gehoopt, geeft Wouter aan. “Het blijkt met name lastig om afnemers te vinden voor de algen. En die zijn wel nodig om te kunnen investeren in een kweekinstallatie voor de algenteelt; wat dat betreft is het dus een kip-en-eiverhaal. Er ligt absoluut potentie, maar de Europese markt lijkt nog niet klaar voor de afzet van zelfgekweekte algen. Dit vergt tijd en doorzettingsvermogen. Ook moet je een netwerk opbouwen.”

De ondernemers kiezen, naast de algenteelt, echter ook voor een ander spoor: begin dit jaar werd een kas van 1,3 hectare aangekocht voor de teelt van bramen. “De zachtfruitteelt is ‘booming’, maar bramen worden nog maar weinig geteeld in ons land. Vandaar onze keuze om hiermee aan de slag te gaan en op deze manier meer risicospreiding te creëren. Voordat mijn vader begon met groene paprika’s heeft hij twintig jaar aubergines geteeld; dat was destijds ook revolutionair. Deze lijn zetten wij voort; we zoeken naar producten waarmee we ons kunnen onderscheiden. Overigens blijven we ook gewoon groene paprika’s telen. Dat is voorlopig nog de basis onder ons bedrijf, ook financieel gezien.”

Over de grens
De ondernemers hebben daarnaast de ambitie om een productielocatie voor paprika’s te realiseren in het buitenland. Waar, wat en hoe is op dit moment nog niet duidelijk. “Feit is dat de Europese groentemarkt meer dan verzadigd is. In landen als Noord-Amerika, China en Japan biedt de markt nog veel meer ruimte. En door hier te gaan produceren, kun je ook profiteren van de local-for-local-trend en besparen op transportkosten. Kortom: een win-winsituatie”, zegt Wouter, die in de buitenlandse groei ook een belangrijke rol ziet weggelegd voor zichzelf. Hij volgt, samen met andere jonge ondernemers, ook een tweejarig programma om kennis te maken met de vele facetten van internationalisering. De familie Van den Bosch wil dit ‘avontuur’ aangaan met lokale partners. “Zij kennen immers de omgeving en hebben de contacten. Zoiets kun je niet alleen.”

Wouter ziet sowieso het belang van samenwerken en sluit ook samenwerking met andere bedrijven naar de toekomst toe niet uit. Met name wanneer op deze manier relevante kennis en ervaring kan worden toegevoegd aan het bedrijf en dit bijdraagt aan het realiseren van de toekomstplannen. “Wanneer een dergelijke kans voorbijkomt, moet je ‘m grijpen”, vindt Wouter. “Natuurlijk zal dit in emotioneel opzicht lastig zijn; we hebben het immers vijf generaties alleen gedaan. Maar dat is van ondergeschikt belang wanneer samen optrekken je bedrijf verder kan helpen. Ik weet dat mijn vader er ook zo in staat. Wat dat betreft hangt de bereidheid tot samenwerken niet samen met leeftijd.”

Verschillende werelden
De keuze voor de geschetste langetermijnstrategie brengt ook met zich mee dat vader en zoon Van den Bosch actief zijn in vele verschillende werelden. Wouter erkent dat hier een uitdaging ligt. “De zachtfruitbranche is bijvoorbeeld niet te vergelijken met de glastuinbouw gericht op vruchtgroenten. Zo zijn er veel bedrijven met meerdere gewassen en eigen plantenopkweek, daarnaast verloopt de afzet nog veelal via de veilingen. Onze paprika’s worden afgezet via telersvereniging Harvest House, de bramen zetten we straks af via veiling Fruitmasters en bij de algen houden we de verkoop voorlopig in eigen hand.”

Om al deze zaken goed te stroomlijnen en ‘im Griff’ te houden, zullen zaken één voor één worden opgepakt, benadrukt Wouter. “De paprikateelt draait als een geoliede machine en het experiment met de algen loopt ook. Nu is de uitdaging om de bramenteelt goed op poten te krijgen. Daarop ligt de komende periode de focus. Een groot voordeel hierbij is dat mijn vader en ik het bedrijf samen runnen, en daarnaast hele gemotiveerde medewerkers hebben die veel verantwoordelijkheden kunnen en willen dragen. Hierdoor hebben we de tijd en ruimte om nieuwe zaken op de rit te krijgen.”

Taartpunt
Het uiteindelijke doel van de ondernemers is dat alle bedrijfstakken zelfstandig kunnen draaien en zijzelf misbaar zijn. “In 2026 hopen we zover te zijn. Voorwaarde is natuurlijk wel dat we ook goede mensen kunnen vinden die ons misbaar kunnen maken. Daar zijn we nu al naar op zoek, maar het is niet eenvoudig om ze te vinden. We proberen in ieder geval een goede werkgever te zijn en onze mensen veel vrijheden en verantwoordelijkheden te geven. En wanneer mensen meer verantwoordelijkheid willen nemen, laten we ze meeprofiteren door middel van prestatiebeloningen of andere extra’s. En ook als iemand zich zou willen opwerken tot aandeelhouder staan wij daar zeker voor open. Als je goede en bevlogen mensen hebt en wilt houden, is het niet meer dan logisch om hen ook een stuk van de taart te geven.”

Ondanks alle plannen en ambities vindt Wouter het lastig om te zeggen waar zijn bedrijf, en ook hijzelf, in 2026 zullen staan. “Het is afwachten of alles uitpakt zoals we dat voor ogen hebben. Je moet er rekening mee houden dat zaken anders lopen of mislukken; dat is ook een reden om in te zetten op meerdere sporen. Ik hoop in ieder geval dat we over tien jaar nog steeds paprika’s en bramen telen, een stap verder zijn met de algen en ook actief zijn in het buitenland. En wellicht zijn we dan alweer bezig met de volgende stap.”

Noodzaak tot verandering
Tot slot: welke boodschap wil Wouter meegeven aan collega-ondernemers in de tuinbouw? “Zorg dat je een toekomstvisie hebt”, zegt de ondernemer stellig. “Feit is dat het anders moet in de tuinbouw, om als bedrijf een toekomst te kunnen houden. Het valt me op dat veel ondernemers deze noodzaak nog niet zien. Ga je echter door op de huidige manier, dan red je het uiteindelijk niet meer met je tuin van enkele hectares. Je concurrentievoordeel verdampt, doordat alles om je heen verandert en verbetert. Wees daarom zelfkritisch, denk na over wat je tekortkomingen en kwaliteiten zijn en over waar je over twintig jaar wilt staan met je bedrijf. Én hoe je hier kunt komen. Belangrijk hierbij is om zaken rationeel te bekijken en de emotie zoveel mogelijk opzij te zetten. Kortom: zet een stip op de horizon en doe dat op een duurzame manier. Met duurzaam bedoel ik niet alleen het respectvol omgaan met je omgeving, zodat je kunt  blijven doen wat je nu doet. Duurzaam werken betekent ook een toekomstperspectief creëren voor je bedrijf, zorgen dat dit concurrerend en bij de tijd blijft. Het is niet erg als je deze toekomstvisie af en toe bijstelt, als je er maar mee bezig bent. Zo voorkom je dat je over tien jaar wakker wordt en tot de conclusie komt dat je op een doodlopende weg zit.”

Onderneming2026.nl is een initiatief van Coalitie HOT. Coalitie HOT wordt gevormd door Federatie VruchtgroenteOrganisaties, Royal FloraHolland, Rabobank, Ministerie van Economische Zaken, Provincie Zuid-Holland, Provincie Noord-Holland en gemeente Westland.


Deel dit blog:

Reacties (0)

Er zijn nog geen reacties

Reageer op dit bericht