‘HOT Mastersessies verruimen je blik’

Geplaatst op

De afgelopen maanden is Coalitie HOT gestart met een aantal Mastersessies met ondernemers in verschillende regio’s. Met elkaar denken zij na en discussiëren zij onder deskundige begeleiding over ‘mijn onderneming in 2026’.

Onderwerpen die de revue passeren, zijn groei, ontwikkelingsmogelijkheden en onmogelijkheden. Vragen die aan de orde komen zijn: Wat zijn de bedrijfsmodellen en strategieën van de toekomst? Blijven de rollen van de aandeelhouders (familie) – ondernemers – management zoals ze zijn? Moeten we op een andere manier naar de rol van de familie gaan kijken? Moeten we bewuster omgaan met de rol van de aandeelhouders (familie), de ondernemers en het management? Maar ook vragen als welke positie wil het bedrijf in de keten hebben in 2026? En zo zijn er nog diverse mooie strategische uitdagingen te noemen. 

Genuanceerd beeld
Twee deelnemers van de Mastersessies zijn Evert van Helvoort (foto 2) van Van Helvoort Company (chrysanten) uit Brakel en Herman Keijsers (foto 1) van IJsselgrow uit IJsselmuiden (komkommerkwekerij). Herman is tevens adviseur binnen Innocrop. Beide ondernemers zeggen met oog op de toekomst van hun eigen onderneming veel te leren van de Mastersessies vanuit Coalitie HOT. “De Mastersessies bieden mij de mogelijkheid om ook de meningen van andere ondernemers te horen”, zegt Herman. “Je moet oppassen dat je niet te snel enkel vanuit je eigen werkelijkheid keuzes maakt. Door te luisteren naar de uitgesproken meningen van collega’s kun je al die visies tegen elkaar wegzetten om uiteindelijk een genuanceerd beeld te krijgen. Zo voorkom je een stukje bedrijfsblindheid.” Evert is het daarmee eens. “De gesprekken die wij binnen de Mastersessies voeren verruimen je blik. Het zijn heel open gesprekken. Niets is goed, niets is fout. Dat is prettig en het helpt mij als ondernemer om goede keuzes te maken. Je gaat toch telkens met bepaalde vragen naar huis waar je over gaat nadenken met betrekking tot je eigen onderneming.”

Voor Herman is de belangrijkste uitdaging de komende jaren echt naar de markt te luisteren en te produceren waar daadwerkelijk vraag naar is. Uiteraard wel met voldoende rendement. Om daar vervolgens ook de juiste bedrijfsstrategie op af te stemmen. “Tegelijkertijd willen wij de continuïteit van het bedrijf garanderen door te werken met de juiste groep mensen en hen ook op de juiste plek te krijgen en te houden. Wanneer zij doen waar zij goed in zijn en waar zijn zich goed bij voelen, is dat ook goed voor de onderneming.” Evert van Helvoort is het met Herman eens dat het belangrijk is voor de toekomst van de onderneming om capabele mensen binnen het bedrijf te halen en te behouden. “Alleen dan ben je ook in staat om mee te groeien met de markt. Daarnaast is het belangrijk om een stukje te specialiseren om dicht bij de markt en je klanten te blijven. Dat betekent onder andere dat de verkooptaken beter moeten worden georganiseerd dan in het verleden het geval was. Maar ook dat je op tijd aansluiting moet vinden bij bepaalde markten om te kunnen profiteren van de groei. Dus zul je moeten nadenken over de richting die je als bedrijf op wilt. Naast het optimaliseren van bestaande processen moet je in de huidige markt ook blijven groeien in areaal om een interessante partij te blijven voor je klanten.”

Geen ‘hun en wij’
De wijze waarop de bedrijven van Evert en Herman georganiseerd zijn, verschillen van elkaar. Terwijl Van Helvoort Chrysanten een echt familiebedrijf is, is het grootste bedrijf van Innocrop eigendom van meerdere partijen. Volgens Herman is het in zijn situatie belangrijk voor de continuïteit dat alle partijen, maar ook alle mensen hun eigen rol binnen de organisatie hebben. “Als het bedrijf goed draait, de samenwerking tussen de mensen goed gaat, mensen het werk aan kunnen en leuk vinden, dan heeft iedereen binnen de organisatie daar een positief gevoel bij. Ik wil geen situatie van ‘hun en wij’, zoals je vaak bij grote organisaties ziet. Iedereen moet het gevoel hebben van het is ons bedrijf.” Herman is daarbij van mening dat het familiebedrijf wel zijn langste tijd heeft gehad. “De komende generaties gaan we meer naar vennootschappen en aandeelhouders toe, daar ben ik wel van overtuigd. Maar bedrijven zonder tuinbouwbloed, daar geloof ik ook weer niet in. Specifieke tuinbouwkennis en -roots zijn binnen deze sector te belangrijk. Bij grotere tuinbouwbedrijven in het buitenland zie je ook vaak dat de CEO iemand met tuinbouwbloed is. Als dat niet het geval is, kan het soms ook flink misgaan. Ik geloof niet in de regel dat als je maar een goede manager bent, dat het dan wel goed komt. Langetermijndenken is heel belangrijk. Om dat goed te kunnen doen, heb je een directie nodig met tuinbouwgevoel.”

 

Evert ziet wel degelijk toekomst voor familiebedrijven, al erkent hij wel dat die bedrijven moeten professionaliseren. “Posities als algemeen directeur en financieel directeur kunnen in de toekomst binnen een familiebedrijf ook heel goed met vers bloed worden ingevuld. Daar hoeft je niet per definitie een tuinbouwachtergrond voor te hebben. Maar voor elk familiebedrijf is het wel van belang dat de komende 10 tot 25 jaar de neuzen dezelfde kant op blijven wijzen. En ik ben er van overtuigd dat de kracht van de familie daarin heel belangrijk is. Natuurlijk nemen ook wij mensen van buiten de sector aan en die hebben absoluut meerwaarde. Maar de sterke onderlinge familieband is en de ervaring die wij van generatie op generatie overgeven, blijft onze grote kracht. Mijn broers en ik hebben een natuurlijke bijna vanzelfsprekende betrokkenheid bij het bedrijf. Dan ben je ook meer bereid om door eventuele diepe dalen te gaan. Al weten wij ook dat het de onderneming is die centraal moet staan, niet wijzelf. Ik zie in het bedrijf mijn broer ook niet als mijn broer en mijn vader niet als mijn vader. Zaken worden niet aan de keukentafel besproken maar op een professionele en zakelijke manier.” Evert ziet de opvolging binnen een modern familiebedrijf dan ook niet als een verplichting. “Het is bij ons geen kwestie van ‘aangewezen worden’. Je wordt denk ik aangestoken door de passie van vorige generaties en vervolgens is het een keuze. Dat is wel een groot verschil met familiebedrijven in het verleden.”

Evert herkent de beweging ‘van ondernemer naar onderneming’ zoals door Coalitie HOT onder de aandacht wordt gebracht. “Die is actueel doordat bedrijven momenteel zo groot worden dat de ondernemer als eenling te kwetsbaar wordt. De continuïteit van het bedrijf moet voorop staan, alle mensen zijn dienend aan de onderneming. Dat geldt ook voor het leiderschap binnen de onderneming.” Herman is daarbij van mening dat het garanderen van continuïteit ook een zekere plicht is richting de medewerkers. “Sommige mensen lopen tientallen jaren bij ons rond. Zij verdienen het om daar toekomstzekerheid voor terug te krijgen. Daar moet je met elkaar voor zorgen door de juiste keuzes te maken. Daar helpen deze Mastersessies zondermeer bij.”

Beide ondernemers roepen hun collega’s dan ook op om ook aan de Mastersessies deel te nemen. “Ik vind het heel mooi dat we met acht ondernemers spreken uit de potplanten, snijbloemen, groenten én fruit. Waarbij we verschillen zien, maar toch ook veel raakvlakken ontdekken. Dus ik zou mensen zeker aanraden mee te doen aan deze sessies, het verruimt je blik.” 


Zelf deelnemen aan de Mastersessies?

Heb jij interesse om onder begeleiding met collega-ondernemers te ‘stoeien’ over onderwerpen die bepalend zijn om ook in 2026 ambitieus aan de slag te zijn? Neem dan contact op via info@coalitiehot.nl of 0174-612414.

Onderneming2026.nl is een initiatief van Coalitie HOT. Coalitie HOT wordt gevormd door Federatie VruchtgroenteOrganisaties, Royal FloraHolland, Rabobank, Ministerie van Economische Zaken, Provincie Zuid-Holland, Provincie Noord-Holland en gemeente Westland.


Deel dit blog:

Reacties (0)

Er zijn nog geen reacties

Reageer op dit bericht