‘Geef nieuwe generatie de ruimte’

Geplaatst op

Jonge vrouwelijke ondernemers zijn dun gezaaid in de tuinbouw; hoe bijzonder is het dan om twee gedreven tuinbouwvrouwen samen aan tafel te hebben? Karin van der Eijk (VDE Plant) en Joyce Lansbergen (LG Flowers) hebben beiden - vanuit hun passie en drang naar innovatie - een duidelijk stempel gedrukt op hun onderneming én op de tuinbouwsector als geheel. Hun boodschap voor de tuinbouwonderneming in 2026: zoek contact met de markt, zet vrouwen in een sleutelpositie, blijf aangesloten bij de omgeving en geef opvolgers ruim baan.

Over Karin van der Eijk en Joyce Lansbergen 
Karin van der Eijk is samen met haar broer Edwin en compagnon Hein Visser directeur van VDE Plant in Woubrugge. Het bedrijf produceert en verkoopt dertig verschillende tropische planten. Joyce Lansbergen is algemeen directeur van LG Flowers in Pijnacker. Zij runt het bedrijf samen met haar broer Mike en haar vader en oom. Het bedrijf produceert en verkoopt mini-gerbera’s.

Karin van der Eijk en Joyce Lansbergen zijn geen onbekenden voor elkaar. Sterker nog: sinds ze bij de Ranking the Grower-verkiezing 2014 beiden werden uitgeroepen tot ‘Meest inspirerende tuinbouwvrouw van Nederland’ - Karin in de categorie potplanten en Joyce bij de snijbloemen-  is er een band gegroeid tussen de twee ondernemers. “We raakten met elkaar in gesprek en kwamen er al snel achter dat we veel raakvlakken hebben”, vertelt Karin (43). “Niet alleen staan we allebei aan het roer van een tuinbouwbedrijf, ook zijn we beiden enorm gedreven en echte workaholics. En misschien wel het belangrijkste: we zijn allebei actief bezig met de marketing van ons product, met in contact treden met de markt en het ontwikkelen van nieuwe concepten. Hierdoor, en omdat bloemen en groene planten elkaar niet ‘bijten’, kunnen we veel delen en van elkaar leren. Afgelopen jaar zijn we zelfs samen naar New York geweest, om inspiratie op te doen. Toen ik Joyce voorstelde om hierheen te gaan, zei ze meteen ‘ja’. Dat typeert haar.” Joyce Lansbergen (29) knikt instemmend tijdens het betoog van haar collega-ondernemer. “Karin en ik hebben inderdaad veel gemeen. We zijn er allebei van doordrongen dat we naar buiten moeten treden met ons product en contact moeten zoeken met de markt. Hierbij houden we elkaar en uiteindelijk de onderneming ook scherp. Ik vertel Karin eerlijk wat ik vind van haar vlogs én andersom.” 

Shitmomentjes 
Een belangrijke overeenkomst tussen de vrouwelijke ondernemers is daarnaast dat ze, bij hun start in het familiebedrijf, beiden op jonge leeftijd in het diepe werden gegooid. “De kwekerij had altijd mijn belangstelling, maar door omstandigheden kwam ik eerder in het bedrijf en had ik een kortere inwerktijd dan gepland”, vertelt Joyce. “Ik werd verantwoordelijk voor de financiële zaken, het personeel en de administratie. Dat ging niet altijd vanzelf, ik heb absoluut mijn ‘shitmomentjes’ gehad. Maar dat heeft me wel gevormd tot de persoon die ik nu ben.” Hoewel het in het begin wennen was, heeft Joyce inmiddels haar plek gevonden binnen LG Flowers. Dat komt volgens de ondernemer omdat ze een eigen invulling kon geven aan haar functie. “Ik vind het ongelofelijk dat we als Nederlandse tuinbouw zoveel mooie producten telen, maar ons nauwelijks bezighouden met de markt en met wat de consument wil. Dat moet anders, zo is mijn mening. Vanuit deze overtuiging ben ik me gaan focussen op de ontwikkeling van nieuwe, aansprekende marktconcepten. Hier is bijvoorbeeld het concept Choicy-Gerbera uit voortgekomen.” 

Positiviteit terugbrengen 
Ook Karin trad sneller en eerder in het bedrijf dan verwacht. “Ik was 18, net klaar met school en zat in Amerika toen mijn vader belde: mijn oom stapte uit het bedrijf. Hij vroeg mij om de teelt te gaan managen. Die kans móest ik grijpen; als klein meisje was ik namelijk al gek van planten. In het begin kon ik nog terugvallen op mijn vader, maar al vrij snel regelde ik de hele teelt in mijn eentje. En dat is vandaag de dag nog steeds mijn verantwoordelijkheid.” Hoewel Karin zich met name op teelt- en energiezaken richtte, stoorde zij zich aan het negatieve imago dat aan groene planten kleefde. “Daar wilde ik écht iets aan doen, ik vond dat de positiviteit moest terugkomen in de groene plantenwereld. Daarom ben ik mijn broer gaan ondersteunen in de marketing. Zo hebben we het merk Intenz Home geïntroduceerd en begon ik met het maken van een nieuwe website, waar ik blogs en vlogs op zet. Het is fascinerend wat dit teweegbrengt. De marketingactiviteiten zijn gelinkt aan de soorten die we selecteren en de keuzes die we maken in de teelt. Dat is de rol die ik voor een groot deel op me neem.” 

Weerstand 
De vastbeslotenheid van Karin en Joyce om het ‘anders’ te doen dan hun voorgangers in de onderneming, stuitte ook op weerstand. “Ik heb er echt voor moeten vechten om zaken voor elkaar te krijgen”, geeft Joyce toe. “Zo wilde ik bijvoorbeeld meedoen aan de Libelle Zomerweek, om te toetsen wat consumenten van bepaalde dingen vonden. Voor mijn vader, oom en broer waren dergelijke zaken minder gebruikelijk. Maar als ik mijn andere taken klaar had, mocht ik deze koers inzetten en kijken of het zijn vruchten afwierp.” Karin haakt hierop in: “Die deelname aan de Libelle Zomerweek was een geweldige zet van jou! En door eerst reacties van consumenten te verzamelen, stond je sterker toen je met jouw noviteit naar een exporteur stapte.” Ook Karins collega’s stonden in het begin niet te juichen over de nieuwe koers. “Maar ik deed het in mijn eigen tijd en vanuit mijn eigen overtuiging, dus daar konden ze niets van zeggen. En inmiddels zien ze ook wel dat de marketinginspanningen effect hebben. Als tuinbouwbedrijf moet je innoveren, meegaan met de ontwikkelingen in de maatschappij en vertellen wat je doet. Alleen een goed product telen is niet meer voldoende.” 

Eigen verantwoordelijkheid 
Karin en Joyce beseffen ook: inzetten op marketing en innovatie is alleen mogelijk wanneer intern alles op orde is. Ook daar hebben de tuinbouwvrouwen de afgelopen jaren fors in geïnvesteerd. “Je kunt alleen focussen op marketing en conceptontwikkeling wanneer de basis - de teelt van een goed product – staat als een huis”, zegt Joyce. “Vroeger, toen we onze producten via de klok verkochten, was alles heel makkelijk te organiseren. Rechtstreeks aan de retail leveren, vergt meer flexibiliteit. Mijn broer en ik hebben daarom onlangs een automatiseringslijn van WPS aangeschaft. Ook hebben we geïnvesteerd in goede mensen en dat doen we nog steeds. We geloven in een lerende organisatie; je moet medewerkers zelf verantwoordelijkheid laten nemen voor bepaalde deelprocessen. Dat maakt hen alerter en meer betrokken.” Karin deelt deze mening. “Verantwoordelijkheden lager in de organisatie leggen en zelfsturende teams samenstellen is voor ons ook dé manier om - in het belang van de onderneming - onze innovatiedrive over te brengen op onze medewerkers. Geef je hen eigen verantwoording, dan triggert dat om innovaties door te voeren en nieuwe dingen te proberen, zo leert de ervaring. Deze drive komt niet altijd vanuit de werknemers zelf, maar ontstaat door hen te betrekken bij de processen. Zij hebben vaak ook goede ideeën en kunnen met input of initiatieven komen en op deze manier meedenken.” 

Over de heg kijken 
Naast een goede interne structuur en organisatie, hechten Karin en Joyce ook veel waarde aan draagvlak in en contact met de omgeving. “Je moet weten wat er in je omgeving gebeurt; dit kan immers van invloed zijn op jouw bedrijfsvoering”, benadrukt Karin.  Joyce onderschrijft dit en vertelt dat LG Flowers vergevorderde plannen heeft om aan de slag te gaan met windenergie. “Mijn overtuiging is dat je alle onzekerheden binnen je bedrijf zoveel mogelijk moet uitbannen en zoveel mogelijk onafhankelijk moet worden. Energie is één van die onzekerheden. Om bijvoorbeeld windmolens te kunnen plaatsen, heb je je omgeving en vooral lokale overheden echter hard nodig.” De buitenwereld kan daarnaast ook de broodnodige inspiratie bieden; zowel Karin als Joyce zoeken de inspiratie voor nieuwe concepten en andere noviteiten bij voorkeur buiten de tuinbouwbranche. “Van je erf af gaan, geeft een breder blikveld en maakt nieuwe kansen inzichtelijk. Hier is voor de tuinbouw nog veel te winnen: tuinders moeten om zich heen kijken en in gesprek gaan met de consument. Zelfs een stagiair kan al nieuwe inzichten geven. Bovendien sparren wij regelmatig met andere mensen”, zegt Karin. 

Onderste uit de kan 
Ter tafel komt ook de vraag of de tuinbouwvrouwen keuzes maken voor zichzelf of voor hun bedrijf. “Je maakt een keuze altijd voor je bedrijf, kijkt wat goed is voor de ontwikkeling van de onderneming. Maar natuurlijk komt deze beslissing wel uit jezelf”, zegt Joyce. “Als persoon wil ik altijd het onderste uit de kan halen; dat zit in me. Het feit dat het een familiebedrijf is versterkt dit nog eens: je wilt het bedrijf dat al drie generaties in de familie is niet verkwanselen.”  Karin herkent dit gevoel en geeft aan dat dit familiaire aspect ook zorgt voor meer betrokkenheid bij het bedrijf. “Maar dit betekent niet dat anderen geen betrokkenheid kunnen voelen; dit is ook afhankelijk van je persoonlijkheid.” 

Doorkijk naar de toekomst  
Welke rol zien beide tuinbouwvrouwen voor zichzelf over tien jaar? Beiden gaan er vanuit dat hun takenpakket dan veranderd is. Ook is het maar de vraag of ze tegen die tijd nog actief zullen zijn in het familiebedrijf. “Dat is voor mij ook geen must; ik wil vooral uitdaging houden in mijn werk”, zegt Joyce. “Maar wie weet, zit ik in 2026 nog wel in het bedrijf en telen we dan een heel ander product. Ik ben niet gebonden aan de bloementeelt, het is vooral belangrijk of een product voldoende continuïteit kan bieden voor het bedrijf.” Ook Karin weet nog niet hoe haar rol over tien jaar zal zijn. “Onze compagnon gaat dan richting zijn pensioen en waarschijnlijk staan de zaken er dan heel anders voor. Ik sta in ieder geval open voor veranderingen: dit is een must om verder te komen, als ondernemer én als onderneming.” 

Ruimte voor innovatie 
De ambitieuze ondernemers delen de overtuiging dat het, voor de toekomst van de tuinbouw, belangrijk is dat jongeren de ruimte krijgen binnen een bedrijf. “Zij moeten niet kort worden gehouden door de oudere generatie; op deze manier smoor je vernieuwing in de kiem. Innovatie is nodig om bij de tijd te blijven”, benadrukt Joyce. “Ik heb altijd veel vrijheid gekregen van mijn vader en oom; dit maakte het voor mij mogelijk om een nieuwe weg in te slaan én om mijn eigen rol te creëren binnen het bedrijf. Een rol waarin ik me prettig voel. En een tip voor andere ondernemingen: zet een vrouw op een sleutelpositie. Ik merk echt dat ik anders denk.” 

Stempel  
Als afsluiting van het gesprek is het tijd voor enige feedback naar elkaar toe. Heeft de ander de juiste rol binnen diens onderneming? “Dat vind ik lastig te beoordelen”, geeft Joyce toe. “Ik vind het wel een goede zaak dat er binnen VDE Plant iemand is opgestaan die communiceert met de markt, met de consument.” Karin is van mening dat Joyce een duidelijk stempel heeft gedrukt op LG Flowers. “Van oudsher maken mannen de dienst uit in de snijbloemenwereld. Joyce heeft daar verandering in gebracht, echt een verschil kunnen maken.”

Onderneming2026.nl is een initiatief van Coalitie HOT. Coalitie HOT wordt gevormd door Federatie VruchtgroenteOrganisaties, Royal FloraHolland, Rabobank, Ministerie van Economische Zaken, Provincie Zuid-Holland, Provincie Noord-Holland, Provincie Limburg en gemeente Westland.


Deel dit blog:

Reacties (1)

Helga Verheijen

Wat een herkenning in dit verhaal! Zelf ben ik ook derde generatie in een tuinbouw gerelateerd familiebedrijf. Divers jaren in loondienst bij mijn vader, maar sinds 2007 directeur. Ik herken vooral de hang naar innovatie, het moeten verjongen van het bedrijf, het conceptmatig denken en de andere wijze waarop een vrouw kijkt naar ondernemen.

Reageer op dit bericht